Texas hold ‘em

Vitex zit op het terras en nipt van zijn Ricard. Tegenover hem zit Tessa. Hij ziet haar bijna elke dag en toch voelt hij zijn lichaam beven vandaag. Alsof zijn zonnebril is uitgewerkt. Het was de reden dat hij ooit een zonnebril begon te dragen; om de blikken van anderen beter te kunnen verduren, om zich minder druk te maken over de plooien waarin zijn gezicht zich kon wringen, de verborgen roerselen die anderen van zijn gezicht zouden kunnen lezen, roerselen waar hij zelf niet eens van op de hoogte was, roerselen die hij dus ook niet kon contextualiseren, verklaren, herinterpreteren als iemand hem erop zou pakken. Met een zonnebril op stopte het beven.

‘Weetje wat grappig is,’ zegt Tessa. ‘Als je kijkt naar de tekens voor paard of kameel in het Akkadisch dan staat er eigenlijk “ezel van de bergen” of “ezel van de vlakte”. Voor de Akkadiërs was de ezel een soort van maat aller vierpotigen.’

Ezel van de bergen, dat is heel mooi, denkt Vitex. Ezel van de vlakte. Prachtig. Maar het lukt hem niet om iets te zeggen. De zon brandt op zijn wang.

Vitex heeft veel vrienden, vooral vrienden van toen hij nog studeerde. Mats, Randy, Kai, Idris, noem ze maar op, maar iedereen is ergens anders gaan wonen. Randy werkt als consultant voor een energiebedrijf in Malmö. Kai woont in Hongkong. Mats woont eigenlijk nog het dichtst bij, in Stuttgart. Eén keer per jaar spreken ze samen een weekend af. Ze huren een airbnb in een Europese grootstad en ze zetten het nog eens als vanouds op een zuipen. Ze stoten met hun vuisten tegen elkaars schouders. Ze wisselen gierend beledigingen uit. Ze slaan een arm om elkaar heen. Als Vitex er zo over nadenkt, moet hij vaststellen dat elke interactie terug te voeren is op: ik vang je op, ik laat je vallen, ik vang je op, nee, ik laat je toch vallen, ik vang je op, ik laat je vallen. Om twee uur ’s nachts komt de cocaïne boven.

Na zo’n weekend weet Vitex vaak niets meer. Hij stapt wankelend van het vliegtuig en laat zich met een taxi naar huis rijden.

Hoe vreemd was het toen William overleed? Dat is nu zeven jaar geleden. Zeven jaar? Ja, idioot, zeven jaar. Daar stonden ze allemaal in zwart pak. Randy, Mats, Idris. William was stomdronken naar huis gereden. De autorit had hij op wonderbaarlijke wijze overleefd. In de groeps-chat had hij nog meerdere filmpjes gepost van hoe hij met 150 over de snelweg slingerde en met galmende, valse stem een soort operaversie van de Macarena zong. In de garage was hij over een rondslingerende spuitbus uitgegleden en op zijn achterhoofd terechtgekomen. Einde William. De fitste van allemaal. Er hing een onwerkelijke sfeer tussen de vrienden op de begrafenis. Iedereen hield zijn handen voor zich gevouwen terwijl de kist in de grond zakte. Er viel ontzag te bespeuren. Het was bijna alsof zij als vrienden trots waren op William omdat hij het zo ver had gedreven. Vitex voelde het zelf ook en wist niet goed wat hij ermee aan moest. Die avond in de kroeg werd er niet gelachen. Er vlogen geen beledigingen in het rond. Met grote ernst zochten de vrienden samen naar herinneringen waaruit bleek wat voor prachtkerel William was geweest. Een toegewijde partner voor zijn vrouw, een betrouwbare vader voor zijn zoon, in alle opzichten een rots in branding. En vol bewondering, zonder dat iemand het uitsprak: de meest uitbundige, de meest rücksichtslose, de wildste, hij was volkomen gestoord. 

In eerste instantie had Vitex weinig moeite om het werk weer op te pakken, maar een jaar later liep hij tegen een muur. Werken ging niet meer, hij had er simpelweg geen puf meer voor. Kwam het door William? Vitex wist het niet. 

In een mail liet hij zijn opdrachtgevers weten dat hij door ziekte de overeenkomst niet meer na kon komen. Hij wist dat hij deze opdrachtgevers voorgoed zou verliezen, maar er zouden zich nieuwe aandienen, dat wist hij ook zeker. Hij boekte een reis naar India. Eigenlijk wist hij niet zo goed waarom hij India koos, maar hij wilde weg en India voelde als weg, ver weg. Hoewel hij ook heel de reis in hotels had kunnen verblijven besloot hij om dorms te boeken in hostels in de hoop zo iets meer aanspraak te hebben. Op een avond op het dakterras van een guesthouse in Jaipur raakte Vitex aan de praat met drie Britse backpackers van begin twintig. Het ging helemaal mis. De backpackers begonnen grapjes te maken over zijn zonnebril – ‘Let me guess, you just escaped the matrix?’ – en ze waren op geen enkele manier onder de indruk toen Vitex vertelde dat hij een van de eerste was geweest die met behulp van social media naam had gemaakt in zijn sector. De drie jonge Britten hadden hem nog niet helemaal afgeschreven, maar hij voelde dat het niet veel scheelde. Waar kwam het vandaan? Het leek wel een ingeving van hogerhand. Een goddelijke leugen. Alle nuances. De narratieve opbouw. Alles klopte. ‘The real reason why I’m here,’ zo begon Vitex. ‘The real reason. Well. To be honest. I needed to get away from it all. My wife and child just died in a car accident.’ Een half uur lang vertelde hij in groot detail over het ongeluk. Paulien. Harry. Een auberginekleurige Skoda. Een koelwagen gevuld met afbakbroden – ‘Can you imagine, afbakbroden?! I don’t know what they are called in English. In Dutch we call them “afbakbroden”.’ Niets was waar, maar hij had het zelf geloofd als hij een toehoorder was geweest. Hij kon de brandgeur op het asfalt ruiken, de broden die de berm in rollen. ‘Damn,’ zei het meisje dat net de matrixopmerking had gemaakt. ‘That’s fucking rough.’

Eenmaal in bed kon Vitex niet slapen. Het was zo warm, de vermoeidheid bleef maar uit. Z’n hart ging ook zo tekeer. Wat was er aan de hand? Paulien en Harry. Ze kregen gezichten. Ze staken hun armen naar hem uit. We missen je zo ontzettend! Waar ben je? Waar ben je al die tijd geweest? Hij deed zijn zonnebril af en legde hem onder zijn kussen. Je moet op je tanden bijten, dacht hij bij zichzelf. Je moet voortdurend op je tanden bijten.

Tessa’s stem, hoog en alarmerend. ‘Vitex?’ 

Zonder dat hij het zelf goed doorhad, heeft hij bij het neerzetten van zijn Ricard een glas water omgestoten. Het rolt van tafel. Hij kan hem nog net vangen voor hij op de grond valt. Tessa lacht en schudt haar hoofd.

‘Wat heb jij vandaag?’

‘Niets. Ik bedoel, ik voel me prima.’ Hij zet het glas weer recht op tafel. ‘Ik dacht alleen, misschien is het beter om in de schaduw te gaan zitten.’